Maand gedicht augustus 2019

DE JAREN RIMPELEN ROND ONZE OGEN

 

Dagen liggen als veelbetreden stoeptegels

en er groeit verbetener onkruid in de voegen.

Kon ik het maar: wind vangen in een draad

 

en onzichtbaar blijvend elektrisch worden.

Maar er zijn haperingen, storingen gevolgd door

korte sluitingen. Jij kent de uren waarin gemarmerd

 

vloeipapier mijn woorden dept. Jij zet brood en

koffie op tafel en in het uur van de wolf eet ik.

De jaren rimpelen rond onze ogen en monden.

 

Wij lieven met vervallende lichamen en soms

vrezen we na zo lang samen het ogenblik waarop

niemand zal vragen om het licht uit te doen.

 

(F.A.Brocatus - ongepubliceerd)