Maand gedicht mei 2019

EEN VROUW OP EEN PERRON

 

De knopen op de jassen van de drie stationschefs,

die naast elkaar op een bank op het perron zitten,

lijken blinkende geldstukken uit een vorige eeuw.

Achter de goedlachse mannen hangt een poster

 

met daarop een vrouw in badkleding. Vanaf een 

strand schuift haar blik over de conducteurspetten.

Het is 9.32 u. Achter mij knarsen van staal op

staal. Een trein komt piepend tot stilstand. Ik zie je

 

als eerste de treeplank afstappen. Je stuurt me een

glossy glimlach. Ik draai me om en zie dat de mannen

verdwenen zijn en dat op de plek waar de poster hing

nu in een krullerige lijst een vierkante spiegel schittert.

 

Ik stel mijn blik scherp, zie je naderen in de spiegel,

traag beweeg je je hoofd naar links en ineens herken ik

je als de vrouw op de poster. Ik keer me om en zie dat

het perron leeg is.

 

(F.A. Brocatus - uit: "Goor in de bocht" - Demer Uitgeverij, 2019)