Maand gedicht september 2018

PRATERSTRASSE

 

1: ELSE

 

De avond is al koeler

met een voorbode van zwijgen

 

een krant met nieuws 

dat verslagen op tafel ligt.

 

Vol mahoniehout is de nakende herfst

in de sonate van haar muzieksalon,

 

geboend het verdriet, verstild de melodie

onder haar wijsvinger op het pianoklavier.

 

(F.A. Brocatus - uit: "Ruiters in regenblauw" - WEL - Bergen op Zoom, 1998)

Maand gedicht augustus 2018

AUGUSTUS 1957

 

                voor mijn ouders Antoon F.Brocatus (1930 - 2011),Yvonne Th. Verhoeven (1936 - 2001)

 

die zomer toen, broeierig, de mannen

met ontblote bovenlijven,

 

in het hooiland de heldere lach

van jonge vrouwen met bonte hoofddoeken,

 

mijn vader die, tijdens het middaguur,

naast mijn moeder zat, brood at

 

en koude koffie dronk in de schaduw 

van honderdjarige eikenbomen.

 

(F.A.Brocatus - uit: "Bittere rijst" - WEL - Bergen op Zoom, 1996)

Maand gedicht juli 2018

NIET TEVERGEEFS

 

ik zeg het nu in uw slaap:

 

steeds vouw ik dicht onder

wat gij noemt: steen.

ik ben een kever daaronder,

 

en verder nog: er zijn meeuwen

die in mijn handen scheepgaan

het bewijs dat er voedsel is,

 

niet tevergeefs streel ik dus.

 

(F.A.Brocatus - uit: "Niet tevergeefs" - Dilbeekse Cahiers - Dilbeek, 1991)

Maand gedicht juni 2018

DE BOOM VAN MIJN VADER

 

Ik neem de ladder van de haken aan

de zijkant van de schuur. Er is een fractie

pijn wanneer hout mijn schouder raakt.

 

Achter in het huis ligt een smeedijzeren trap

als een sluimerende spier tussen de ingekapselde

jarenlange kamers van spreken en dromen.

 

Ik zet de ladder tegen de notenboom

die wijlen mijn vader plantte. Mijn ogen

schuiven over mijn benen naar mijn voeten.

 

Mijn handen houden vast. Ik klim, de kruin

verdwijnt in een wegjagende wolk. Ik laat los,

mijn vaders stem wordt de mijne. Ik val niet.

 

(F.A.Brocatus - ongepubliceerd)