Maand gedicht augustus 2018

AUGUSTUS 1957

 

                voor mijn ouders Antoon F.Brocatus (1930 - 2011),Yvonne Th. Verhoeven (1936 - 2001)

 

die zomer toen, broeierig, de mannen

met ontblote bovenlijven,

 

in het hooiland de heldere lach

van jonge vrouwen met bonte hoofddoeken,

 

mijn vader die, tijdens het middaguur,

naast mijn moeder zat, brood at

 

en koude koffie dronk in de schaduw 

van honderdjarige eikenbomen.

 

(F.A.Brocatus - uit: "Bittere rijst" - WEL - Bergen op Zoom, 1996)

Maand gedicht juli 2018

NIET TEVERGEEFS

 

ik zeg het nu in uw slaap:

 

steeds vouw ik dicht onder

wat gij noemt: steen.

ik ben een kever daaronder,

 

en verder nog: er zijn meeuwen

die in mijn handen scheepgaan

het bewijs dat er voedsel is,

 

niet tevergeefs streel ik dus.

 

(F.A.Brocatus - uit: "Niet tevergeefs" - Dilbeekse Cahiers - Dilbeek, 1991)

Maand gedicht juni 2018

DE BOOM VAN MIJN VADER

 

Ik neem de ladder van de haken aan

de zijkant van de schuur. Er is een fractie

pijn wanneer hout mijn schouder raakt.

 

Achter in het huis ligt een smeedijzeren trap

als een sluimerende spier tussen de ingekapselde

jarenlange kamers van spreken en dromen.

 

Ik zet de ladder tegen de notenboom

die wijlen mijn vader plantte. Mijn ogen

schuiven over mijn benen naar mijn voeten.

 

Mijn handen houden vast. Ik klim, de kruin

verdwijnt in een wegjagende wolk. Ik laat los,

mijn vaders stem wordt de mijne. Ik val niet.

 

(F.A.Brocatus - ongepubliceerd)

Maand gedicht mei 2018

WEILAND MET STOELEN

 

Je hebt er nooit bij stilgestaan

en ineens is het zo: je ziet

hoe stoelen in de kamers

 

van het huis hun tafels hebben

achtergelaten. Uiteindelijk lukt

het je om de klemmende ramen

 

te openen. Het waait harder

dan je dacht. Je laat je ogen

los. Ze fladderen. Ze klapwieken.

 

Het worden scherende merels.

In een weiland strijken ze neer

op leuningen. Van bekende stoelen.

 

(F.A.Brocatus - ongepubliceerd)