Maand gedicht december 2020

WINTERLANDSCHAP

 

Er was een man, verder wandelaar genoemd,

hij zette zijn voeten in de sneeuw en telde zijn

passen. Hij was een wandelaar die uit zijn huis

vertrok met enkel bomen, wolken in gedachten.

 

De wandelaar had zich voorgenomen om zich

niet van het pad te laten brengen. Alleen maar

bomen en wolken en verder niets dat hem zou

kunnen verstoren. Het lukte een paar voetstappen

 

in de sneeuw lang. Plots vlogen kraaien op, was

er geritsel in de berm, dwarrelden bladeren voor

zijn voeten. De wandelaar schraapte zijn keel toen

 

een vrouw op een elektrische fiets hem passeerde.

De wandelaar zag hoe een rode handschoen uit haar

jaszak viel en twee kraaien om haar vingers vochten.

 

(F.A. Brocatus - gepubliceerd in De Vallei, jrg 10, nr.45, december 2020)