Maand gedicht februari 2020

KAMER MET UITZICHT

 

Stadstorens spelen haasje over, schoorstenen 

lijken te bewegen, kale boomkruinen duwen wind

weg. Vannacht liep een blond meisje in een rode

jurk en witte lakschoentjes door de gangen.

 

Je kon niet zien hoe laat het was want ze hadden

de klok weggehaald. Nee, het huis is niet afgebroken.

Het is verkocht aan een elektricien. Groen licht streept

onder de deur. De vrouwen hebben exotische namen:

 

Bonita heeft een paardenstaart en Thirza korenbloem-

blauwe ogen. De vingers van Bonita bewegen snel

over de toetsen van een druppelteller. Ondertussen

vouwt Thirza in enkele handige slagen het dekbed

 

tot onder de kin. Voorlopig tot daar, nog niet verder.

 

(F.A. Brocatus - ongepubliceerd - top 1000 Grote Gedichtenwedstrijd 2019 - het jurycommentaar:

Dit gedicht begint als een mysterie dat zich langzaam ontrafeld. Alhoewel. Terwijl we op het eind heel duidelijk de situatie herkennen (iemand is opgenomen in het rusthuis, voorgoed), helpt het gedicht ons te ervaren hoe onwerkelijk die zo dagdagelijkse zaak moet zijn voor wie het zelf meemaakt of beter:ondergaat. Dit is het eind van een wereld die nochtans nog niet is uitgeklaard. Het ontzettend eenvoudige beeld van het laken onder de kin - nog niet over het gezicht - vat alles briljant samen. Onderkoeld beschreven, en daarom precies vol subtiliteit.